Fam. Weigergangs - Emigratie van een Hollands gezin naar Portugal.
Landschap Portugal
   

Geschiedenis van Portugal

De Oudheid
De Moren
Het Bourgondische Huis
De spaanse overheersing
De Republiek
De Anjerrevolutie en de democratie

Oudheid
De oudste sporen van mens en beschaving zijn uit 8000 voor Christus. Kelten en Lusitaniers zijn de eerste belangrijke bewoners geweest voor Portugal. De Romeinen kwamen aan het begin van de tweede eeuw voor Christus in Portugal en bleven er meer dan 600 jaar. Aanvankelijk ontmoetten ze veel tegenstand, vooral van de zijde van de weerbare Lusitani. In 27 voor Christus verdeelde Augustus het Iberisch Schiereiland in drie provincies. Tarraconensis (oosten en noorden), Baetica (zuiden) en Lusitania (westen).De laatstgenoemde provincie viel niet helemaal samen met het grondgebied van het huidige Portugal. Sporen van de Romeinen zijn er nog in de vorm van wegen en bruggen en plaatsen als Evora en Conimbriga. Ook de Portugese taal stamt af van het Latijn. Naar begin




De Moren
Na een korte overheersing van de Germanen kwam de volgende inval van betekenis, die van de Moren. Gebruik makend van de verdeeldheid van de Germaanse overheersers stak de Moorse veldheer Tarik in 711 naar Spanje over en even later ook het huidige Portugal. Binnen tien jaar waren de Moren meesters van het schiereiland, op enige onherbergzame streken van het bergachtige Asturië na. De heerschappij van de Moren heeft eeuwenlang geduurd en is in Portugal van grote betekenis geweest. Vooral in zuid- en midden-Portugal was de Moorse invloed groot. Algarve is een Moors woord wat het westen betekent. De Moren brachten de Islamitische cultuur met zich mee. Voedsel enbouwkunst vertonen nog steeds Moorse trekken. Naar begin

Het Bourgondische Huis
Na veel strijd werd en met behulp van de kruisvaarders viel Lissabon in 1147 in handen van Alfonso I Henriques (1139-1185).Hij nam de koningstitel aan, die na veel strubbelingen door Castilië en Rome erkend werd. Zijn opvolgers, beurtelings Sancho en Alfons geheten, breidden het gebied uit en wisten zich als soevereine vorsten te handhaven. Alfons III veroverde in 1249 de laatste bolwerken van de Moren in de Algarve. Hiermee kreeg Portugal zijn huidige landsgrenzen. Het huis sterft uiteindelijk uit door een gebrek aan mannelijke troonopvolgers. Naar begin

De spaanse overheersing
Filips II was vrij loyaal in de erkenning van de Portugese autonomie, maar de vijanden van Spanje, vooral de Republiek, gingen ertoe over Portugal eveneens als vijand te beschouwen. De Oost-Indische Compagnie veroverde grote delen van het Portugese imperium in het oosten, de West-Indische Compagnie nestelde zich in Noordoost-Brazilië. Ook was het noodlottig voor Portugal dat het betrokken werd in de talrijke oorlogen van Spanje met andere Europese mogendheden. Economisch en sociaal raakte het land steeds meer uitgeput, vooral onder Filips III en IV, die Portugal eenvoudig als een provincie van Spanje beschouwden. Maar het Portugese nationalisme kwam steeds meer in verzet tegen de onderdrukking en uitbuiting. Eind 1640 maakte een kleine groep van samenzweerders een eind aan de Spaanse overheersing. Dit werd door het overgrote deel van de bevolking geestdriftig toegejuicht. De hertog van Braganca werd tot koning Joao IV uitgeroepen. Naar begin



De Republiek
Het nieuwe regime bracht geen politieke stabiliteit. De financiële problemen, het analfabetisme, de economische en sociale vraagstukken bleven bestaan. Van 1910 tot 1926 telde Portugal niet minder dan 44 regeringen, maakte het land twintig staatsgrepen mee en wisselde het twaalf maal van president.
Onder zware Britse druk nam Portugal in 1916 aan de Eerste Wereldoorlog deel. Het leed aanzienlijke verliezen in Frankrijk, nederlagen in Mozambique en kwam financieel nog verder ontredderd uit de oorlog te voorschijn. Regeringscrises, internationale leningen op vernederende voorwaarden, stakingen en onlusten bepaalden het naoorlogse beeld. In 1926 brak een rechtse nationalistische revolutie uit. Generaal Carmona, president van 1926 tot 1951, haalde in 1928 de econoom António de Oliveira de Salazar naar het ministerie van Financiën. Salazar had absolute volmachten bedongen en saneerde de financiën met drastische maatregelen dankzij de generaalsdictatuur. De staatstekorten veranderden in overschotten. Naar begin
De Anjerrevolutie en de democratie
De Anjerrevolutie van 25 april 1974, die zonder bloedvergieten verliep, deed de 'Nieuwe Staat' als een kaartenhuis uiteenvallen en bracht een revolutionaire ontwikkeling op gang in de Portugese samenleving. Deze ontwikkeling ging de opzet van de MFA verre te buiten. Oude en nieuwe partijen organiseerden zich. In de loop van enkele jaren zou de(sociaal)revolutionairevloedgolf worden ingedamd en er ontstond, voor het eerst in de Portugese geschiedenis, een politieke democratie. De verkiezingen voor de grondwetgevende vergaderingen op 25 april brachten een grote overwinning voor de gematigde partijen, de socialisten (SP) onder Mario Soares (38%) en de Volkspartij (PPD) van Sá Carneiro (26%). Decommunisten (PCP) onder Cunhal behaalden 12,5% en de rechtse cdS 7,7%. De politieke spanningen stegen verder en op 25 november greep een 'groep van negen' militairen in. Het werd een keerpunt, de revolutionaire structuren verloren snel terrein, formele machtsstructuren werden hersteld. In 1976 werd de nieuwe grondwet van kracht. Soares werd premier en hield de PCP die getracht had zoveel mogelijk sleutelposities in handen te krijgen, buiten de nieuwe machtsstructuren.
Soares richtte zich sterk op Europa, met name op de Duitse zusterpartij en trachtte het land, dat in grote economische moeilijkheden was, aan te passen aan zowel de nieuwe Portugese als de Europese verhoudingen In 1979 werd Sá Carneiro premier van een coalitieregering van PSD en rechts. Hij en zijn opvolgers Francisco Pinto Balsemão en sinds 1985 Anibal Cavaço Silva volgden de ingeslagen weg naar meer kapitalistische verhoudingen waarbij de populaire Cavaço Silva electorale successen behaalde. In 1987 kwam de liberale PSD aan het bewind. Ook de grondwet werd aangepast (1982 en 1989). Eanes werd in 1986 pgevolgd door de socialist Mario Soares, die in 1991 werd herkozen. In oktober 1992 behaalde de PSD bij verkiezingen de meerderheid in het parlement. Portugal, dat in 1977 het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap had aangevraagd, werd in 1986 volwaardig lid.
De ontevredenheid over de slechte economische toestand kwam duidelijk aan het licht bij de gemeenteraadsverkiezingen van dec. 1993. De linkse oppositiepartijen, de socialisten en de communisten boekten grote winst ten koste van decentrumrechtse regeringspartij. Deze uitslag bleek een vingerwijzing te zijn voor de parlementsverkiezingen van okt. 1995, die een grote overwinning opleverden voor de socialisten, wier voorman Guterres een regering vormde met de onafhankelijken. De presidentsverkiezingen eindigden in een zege voor de socialistische kandidaat Jorge Sampaio, de voormalige burgemeester van Lissabon, die zijn partijgenoot Soares opvolgde. Portugal, dat jarenlang de laagste levensstandaard had in democratisch Europa, liep in de jaren negentig deze achterstand geleidelijk in, dankzij een snelle economische groei. Naar begin

Bron: Lenneke van Altena


Copyright @ 2006-2009 - Michel en Melanie Weigergangs